Toespraak Dies Natalis 2012

Academische plechtigheid bij de viering van de 170ste Dies Natalis, Aula - Auditorium, 10 januari 2012


Dames en heren,

Welkom op de 170ste Dies Natalis van onze universiteit. In het bijzonder wil ik hier welkom heten: de heer Verkerk, burgemeester van de gemeente Delft, vertegenwoordigers van diverse ambassades in Nederland, diverse leden van de Raad van Toezicht en de heer Noorda, Pater familias van onze universiteiten.

Ik hoop dat degenen die al in de zaal zaten plezier hebben beleefd aan het ‘Jaarbeeld TU Delft 2011’. Het was een mooie opsomming van activiteiten die het afgelopen jaar hebben plaatsgevonden. Belangrijke milestones in 2011 waren volgens mij de instellingsaccreditatie, die we met vlag en wimpel hebben binnen gehaald, en de 100ste start-up via YES!Delft.

Dames en heren,

In 1842 is de Polytechnische School opgericht met de steun van Koning Willem II om ondermeer burgerlijke-ingenieurs op te leiden. Nederland moest veiliger worden via het indammen en bedijken van het woelige water van de zee en van de rivieren.

Het belang van een goede omgang met woelig water werd de afgelopen week nog eens onderstreept door hoge waterpeil in Noord Nederland. Afgezien van het persoonlijke leed voor de betrokkenen, moet ik constateren de noordwesterwind bijna in het niet viel bij de storm aan media-aandacht.

Het enige dat qua de media-aandacht kon wedijveren met deze bijna-overstroming was de aandacht voor het kennelijk verrassende nieuws dat de TU Delft haar studies studeerbaar wil houden. Dat zou je een storm in een glas water kunnen noemen. Ik beschouw deze ophef als een compliment. De verontwaardiging zegt blijkbaar iets over het vertrouwen in onze TU Delft. Nederlanders zien ingenieurs van de TU Delft als zijnde van hoge kwaliteit en zijn verontwaardigd als aan die kwaliteit getornd dreigt te worden.

In het midden van de 19de eeuw moest Nederland industrialiseren, omdat economische vooruitgang gewenst was om een einde te maken aan de grote armoede van de lage landen. Ingenieurs werden en worden dus gezien als de professionals bij uitstek om met hun kennis veiligheid en economische ontwikkeling te helpen realiseren.
Na de Tweede Wereldoorlog gaven de TH Delft en haar ingenieurs eveneens leiding aan de wederopbouw van de Nederlandse economie en natuurlijk aan de Deltawerken.
Later speelden onze ingenieurs een belangrijke rol bij het aanpakken van milieuproblemen, de informatie- en automatiserings - revolutie en bij het ontwikkelen van steeds complexere systemen en producten die de samenleving verlangde en die door de technologische ontwikkelingen mogelijk werden. De TU Delft stond de afgelopen 170 jaar steeds in de voorhoede bij het van kennis leidend tot een veilig en welvarend land.
De TU Delft en andere universiteiten verdienen het dan ook om in hoog aanzien te staan: zij legden de basis voor welzijn en welvaart voor de hele bevolking. Opkomende economieën, die zich snel willen ontwikkelen, zetten daarom grootschalig in op de opleiding van hun bevolking en op het steunen, met ruime financiële middelen, van wetenschappelijk onderzoek.

In Nederland is de wetenschap echter in woelig water beland door een forse anti-academische wind – en het nut van de wetenschap wordt ter discussie gesteld.Naast de bezuinigingen maak ik mij vooral zorgen over de sfeer die is ontstaan, een sfeer van: ‘wetenschap is ook maar een mening’.

Affaires rond de betrouwbaarheid van onderzoek en de vraagtekens die geplaatst zijn bij de nevenwerkzaamheden van hoogleraren, hebben ons imago aangetast.
Dat is vervelend, maar laten wij deze gebeurtenissen aangrijpen om de discussie over integriteit en ethiek binnen onze universiteit aan te scherpen. Als universiteiten nauwer samen werken met het bedrijfsleven dan loop je tegen dilemma’s aan, over zaken zoals bijbanen, bijverdiensten en intellectueel eigendom. Ethische dilemma’s zijn van alle tijden, denk maar aan de wetenschappers die werkten aan de atoombom of de aan de eerste onderzoekers op het gebied van recombinant DNA. In mijn bijeenkomsten met wetenschappers merk ik dat vragen over deze onderwerpen sterk bij hen leven. Deze woelige tijd is een goed moment om discussies over dilemma’s hoger op onze agenda’s te zetten, om elkaar scherp te houden in het debat over de grenzen en valkuilen van integriteit en ethiek.

Een ander kritiekpunt vanuit de samenleving is dat men zo weinig heeft aan de kennis die wordt gegenereerd op de universiteiten. Men wil dat wij nu met kennis komen, op basis van zogenaamd ‘toegepast onderzoek’, waarmee morgen winstgevende producten te maken zijn. In vele presentaties,ook die van een aantal topsectoren, zie ik te vaak het lineaire model van kennisontwikkeling opduiken. Dit model ziet er als volgt uit: na fundamenteel onderzoek vervolgt men met toepassingsgricht onderzoek om te komen tot toegepast onderzoek. Hieraan zouden dan respectievelijk de universiteiten, de instituten (ook wel gti’s genaamd) en de industrie moeten werken.  Dames en heren, dit model is te simpel en is fout.

Deze Dies wil ik aangrijpen om aan te geven hoe ik de positionering zie van het universitaire onderzoek in het kennisgebouw. De eerste dimensie of variabele met betrekking tot onderzoek is: waar komt de onderzoeksvraag vandaan? Is deze vraag gedreven door nieuwsgierigheid of door nuttigheid? Nieuwsgierigheid is vaker een drijfveer van de onderzoeker zelf en de nuttigheidsvraag wordt veelal door de maatschappij en het bedrijfsleven gesteld.De tweede dimensie of variabele met betrekking tot onderzoek is: op welke manier wordt de beantwoording van zo’n vraag aangepakt: op een fundamentele of op een pragmatische wijze? Voor de TU Delft staat voorop dat zij kennis wil ontwikkelen en daarmee het domein van wat bekend is wil vergroten. Wij zijn een technische universiteit, zoals ook duidelijk blijkt uit de hiervoor genoemde voorbeelden van ons werkterrein. In deze figuur is goed aan te geven de positionering van de algemene universiteiten; van de technische universiteiten; de gti’s en de industrie.
De kern van onze operatie treft u dan ook aan in het kwadrant rechts onder, hier gaat het om nuttigheidsgedreven vragen die wij op fundamentele wijze proberen te beantwoorden.
Het lineaire model verondersteld nu een directe route van fundamentele kennis naar toepassing (korter kan het niet).Echter in werkelijkheid zal er iets gebeuren wat meer lijkt op een zoektocht zoals hier weergegeven met de kronkel route. En bij de echte nieuwsgierigheids gedreven onderzoekers zien we ook vaak deze variant. Echte wetenschap is een intensieve ontdekkingstocht, met onzekerheid over het resultaat.

Wat is in de praktijk nu het grote verschil tussen de aanpak van de TU Delft en die van een bedrijf? Laat ik een voorbeeld geven. Stel de vraag is om het het loopvlak van een band te verbeteren, zodat deze minder snel slijt. Stel er zijn duidelijke aanwijzingen dat koolstof geschikt is voor het verharden van het oppervlak van de band. De bandenfabrikant zal dan vervolgens nagaan (onderzoeken) of de toevoeging van koolstof economisch rendabel is en of deze toevoeging veilig gebruikt kan worden. Als aan deze voorwaarden is voldaan en er blijkt inderdaad dat koolstof inderdaad leidt tot een grotere slijtvastheid, dan zal men zo spoedig mogelijk deze banden in productie brengen en te koop aan bieden.

Op de TU Delft wordt deze vraag totaal anders benaderd. Onze wetenschappers onderzoeken niet alleen of koolstof inderdaad het rubber duurzamer maakt, maar wij analyseren ook wat er gebeurt en hoe de interactie is tussen koolstof en rubber. Dit kan erin resulteren dat ook andere stoffen worden onderzocht, die eveneens geschikt zijn om de oppervlakte-eigenschappen te verbeteren. Er wordt goed gekeken naar welke moleculen welke interactie vertonen en eea zal zeker in een model worden beschreven met voorspellende waarde over moleculen en hun interactie met diverse rubbersoorten. Na zo’n zes tot acht jaar hebben wij een heel scala aan onderzoeksresultaten. Er is door ons geen band verkocht, maar er is wel veel kennis verkregen die in niet alleen voor de bandenindustrie, maar ook voor andere wetenschappers voor andere bedrijfstakken relevant is. Bijvoorbeeld voor loopbanden of voor rubber vloeren, maar ook zal dit leiden tot verbeterde zolen voor wandelschoenen en voor onze plakkies, tot verbeterde handschoenen en smartphone hoesjes, ook de verbetering van dit soort ‘hoesjes’ is dan mogelijk en tenslotte kunt u veilige producten verwachten voor op het water.

Dames en heren,

De Vereniging van Nederlandse Universiteiten en Halbe Zijlstra, staatsecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, hebben afgesproken dat de wetenschappelijke kennis meer ten goede dient te komen van de maatschappij. Ik ben van mening dat dit met de kennis gegenereerd door onze universiteit volop gebeurt en steeds is gebeurd, maar het kan natuurlijk altijd beter.
We moeten echter niet vergeten dat de horizon van de wetenschap verder reikt. En dat het de taak van de wetenschap is om verder te reiken dan de korte termijn.
Het potentiële kennisdomein is oneindig groot. Stelt u zich dit voor als oneindig groot oppervlak, met daarop afgebeeld het bekende wetenschapsdomein als een grote vlek. Als deze vlek zich uitbreidt, omdat de wetenschap voortschrijdt dan wordt dus de grens met het onbekende terrein steeds groter. Door dit beeld wordt duidelijk: “the more we know, the more we know what we don’t know”.

De TU Delft ziet het al 170 jaar als haar taak om trendsettend te zijn: om onderzoek te doen voor de problemen van morgen, maar ook voor die van overmorgen. Innovatie is de laatste jaren een ‘hot topic’. Een trend. Maar als we kijken naar onze faculteit Techniek, Bestuur en Management zult u zien dat daar al vele jaren onderzoek wordt gedaan naar innovatie. Ook al voordat het zo volop in de belangstelling stond. En pas sinds kort hebben wij een ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

De faculteit Industrieel Ontwerpen heeft al sinds de jaren negentig een afdeling voor ‘Design for sustainability’, waarvoor de belangstelling lange tijd gering was. Nu er steeds meer maatschappelijke belangstelling is voor duurzame producten, kan er volop geput worden uit de kennis die zij nu al in huis hebben.

Zelf heb ik mee aan de wieg gestaan van het onderzoek gericht op de biobased economy. Dat is de overstap van een economie die draait op fossiele brandstoffen naar een economie die draait op biomassa als grondstof. In de jaren negentig was de trend om in te zetten op moleculaire genetica en was er minder interesse voor microbiële physiologie en bioprocestechnologie. De TU Delft is standvastig gebleven en heeft  het onderzoek op deze terreinen doorgezet. Het stond voor mij vast dat er een einde zou komen aan de beschikbaarheid van goedkope fossiele brandstoffen. Ondertussen zijn wij al ver gekomen met het ontwikkelen van biobrandstoffen en andere onderwerpen die daarmee samenhangen. Wij willen bijvoorbeeld niet dat de verbouw van gewassen voor biobrandstoffen concurreert met de voedselvoorziening. Op dit moment wordt er daarom veel onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om afvalproducten om te zetten in materialen, producten, energie en voedingsstoffen. Als de overstap naar de biobased economy verder doorzet, heeft de TU Delft de nodige kennis in huis om dit te ondersteunen.

Niet alleen probeert de TU Delft aandacht te besteden aan de kennis van morgen. De kennis die wij vergaren, stellen wij zo snel mogelijk ter beschikking van de maatschappij via valorisatie. In het akkoord met de staatssecretaris is ook vastgelegd dat in 2015 de universiteiten een eenheid moeten hebben die zich bezighoudt met valorisatie. De TU kent zelfs twee initiatieven op dit terrein: het valorisatie-centre opgericht in 2004, als onderdeel van het 3TU Innovation Lab, om de wetenschappers en faculteiten te stimuleren, ondersteunen en faciliteren bij kennisvalorisatie.En: YES!Delft dat sinds 2004 startende ondernemers in de techniek ondersteunt, gebaseerd op kennis vanuit de TU Delft. In 2011 kon YES!Delft zelfs al de honderdste startup presenteren. Een van de bedrijven die binnen YES!Delft tot bloei is gekomen is het inmiddels vermaarde Senz Umbrellas. De oprichters van dat bedrijf kunnen als een van de weinigen zeggen dat ze ‘leven van de wind’.

Doordat politici, samenleving en ondernemers te weinig het belang zien van fundamentele kennis, zien zij te weinig de waarde van de kennisontwikkeling op de universiteiten. Als de universiteiten zich ook uitsluitend richten op de korte termijn, zullen de Nederlandse economie en samenleving daar op de lange termijn zeker schade van ondervinden.

Mijn stelling is: een universiteit die alleen doet wat de dagelijkse publieke opinie nu wil, is juist een universiteit die haar maatschappelijke verantwoordelijkheid niet kent. 

Ook wat betreft het onderwijs heeft de universiteit een eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid. Wij kunnen echter alleen opereren binnen de kaders die de wetgever ons stelt. 

Regelmatig spreek ik met studenten, en dan zeg ik: als ik de universiteit van scratch zou kunnen opbouwen, liet ik het aanbod van de studies niet afhangen van de smaak en voorkeur van middelbare scholieren. Als je achttien jaar bent, weet je wel wat je ‘leuk vindt’ maar minder welke kennis nuttig is voor jouw carrière en zeker niet welke kennis de toekomstige samenleving nodig heeft. Is het dan verstandig de financiering van het universitaire onderwijs te baseren op het aantal studenten dat een universiteit voor een bepaalde studie kan aantrekken?

Onze taak als universiteit is om goede studies neer te zetten, waarbij gedegen, innovatieve kennis voorop staat en niet ‘iets wat leuk is’. Ons doel is goede ingenieurs met relevante kennis op te leiden voor de maatschappij van morgen. Dit sluit aantrekkelijk en uitdagend onderwijs natuurlijk allerminst uit. Niet voor iedereen zijn onze studies geschikt, maar wij zijn wel verplicht iedereen toe te laten. Vervolgens wordt van ons verwacht heel veel energie te steken het halen van de eindstreep.

In de media is nu veel discussie over studiesucces: zou meer aandacht voor studieduur de kwaliteit van ons onderwijs verlagen? Ik denk dat dit niet zo is. De TU Delft staat bekend om opleidingen die zwaar zijn en dat willen we zo houden. Waarom nemen wij die studieduur eigenlijk serieus?

  1. Omdat de maatschappij en de politiek dat van ons eisen
  2. En omdat onze studenten topstudenten zijn, die in een internationale arbeidsmarkt aan de slag gaan. Internationaal gezien is een studieduur van meer dan 7 jaar niet goed.

Het gemakkelijkste voor een bestuurder is niets doen en hopen dat de student het zelf wel oplost. Maar dan neem je als bestuurder niet je verantwoordelijkheid. De oplossing ligt namelijk bij zowel de student, de docent als de opleiding als geheel. Daarom gaan wij de onderwijsprogramma’s (Bsc en Msc) herontwerpen, zodat de student – als hij/zij stevig doorwerkt – de studie in 5 jaar kan afronden. En is de kwaliteit van de mensen die wij straks af leveren dan minder? Nee, zeker niet! Eerder omgekeerd!

Kenmerkend van een universiteit is het nauwe contact tussen onderwijs en onderzoek, waardoor studenten steeds in aanraking komen met de laatste stand der wetenschap. Ons doel is dit contact te verstevigen, bijvoorbeeld door ontwerp-synthese-oefeningen, waarbij studenten nauw samenwerken met wetenschappers en waarmee verschillende opleidingen van de TU Delft hun bachelor afsluiten.

Met het bindend studieadvies heb ik natuurlijk geen moeite. Maar wat ik niet begrijp is dat de discussie over selectie aan de poort nog altijd zo weinig voortgang kent. Natuurlijk moet het op een goed doordachte, verantwoorde manier gebeuren. Alleen op cijfers selecteren heeft zelden zin. Als TU Delft zien wij meer in selectiemiddelen afgestemd op de studie zoals die in andere landen worden gebruikt. Selectie aan de poort blijft een hardnekkig taboe. Het resultaat is dat er nu studenten op de TU Delft zitten en op andere universiteiten die beter ergens anders hun studie kunnen voortzetten. Is het dan wel zo verstandig verplicht te zijn om iedereen binnen te laten?

Dames en heren,

Hoogopgeleide mensen, wetenschappers en universiteiten dragen in hoge mate bij aan de welvaart van een samenleving. Te makkelijk vergeet het grote publiek dat het hoge welvaartspeil in Nederland mede te danken is aan de inventiviteit en inzet van onze wetenschappers aan de TU Delft, onze hoogopgeleide ingenieurs. En dankzij ondernemers als Jos Pâques, die een oog hebben voor dergelijke goed opgeleide mensen en de technologie die hier ontwikkeld wordt, blijft Nederland ook concurrerend met de rest van de wereld.

De economie, de welvaart en het welzijn van de samenleving zijn een collectieve opdracht van ons allemaal: politiek, publiek, ondernemers en de wetenschap. Laten wij deze periode van woelig water gebruiken om weer duidelijker onze wetenschappelijke bijdrage aan de maatschappij neer te zetten en deze onder de aandacht te brengen. En voor de TU Delft is woelig water eigenlijk alleen maar leerzaam. Zoals een collega van Maritieme Techniek mij eens voorhield:

‘Ik heb graag woelig water, want dan leer je pas echt varen.’

 

© 2012 TU Delft

Metamenu