EU kan integratie elektriciteitsmarkten beter bevorderen

07 mei 2009 door M&C

De Europese Unie kan op een meer gestructureerde wijze de elektriciteitsmarkten reguleren om te komen tot een uniforme Europese elektriciteitsmarkt. Dat blijkt uit onderzoek waarop Hanneke de Jong op 7 mei promoveert aan de TU Delft. In haar proefschrift ''Towards a single European electricity market'' ontwerpt ze een methode waarmee Europese beleidsmakers op een meer gestructureerde wijze kunnen bepalen welke reguleringsstrategie zinvol is om te toe te passen bij marktintegratie.

Tot nu toe hebben Europese beleidsmakers hoofdzakelijk een trial-and-error benadering gevolgd, waarbij het lastig was om de doelstellingen op Europees niveau op een effectieve manier te vertalen naar concrete maatregelen. Om sneller tot effectieve maatregelen te komen heeft De Jong bestudeerd hoe de Europese Unie regels opstelde voor de elektriciteitsmarkten. Hierin richtte ze zich op de cases congestiemanagement, marktransparantie en investeringen in interconnectoren. De casestudie leidde tot een inventarisatie van aspecten die relevant zijn voor besluitvorming over de te volgen reguleringsstrategie. Op basis van deze inventarisatie ontwierp ze een methode met 22 vragen die Europese beleidsmakers helpt een marktintegratie-issue zodanig te vertalen dat men meer doordachte beslissingen kan nemen over de te volgen reguleringsstrategie. Deze zogeheten STARMODE(STructural Approach to Regulatory MOde DEcision-making)-methode kan een handvat vormen voor bepaling van de beste reguleringsstrategie. De Jong waarschuwt dat de STARMODE-methode geen kant en klare oplossing is die beleidsmedewerkers lukraak kunnen toepassen. Het moet ervoor zorgen dat Europese beleidsmakers beter nadenken over de wijze waarop zij het reguleringskader voor de Europese elektriciteitsmarkt creëren.

Meer informatie:

Bij vragen kunt u contact opnemen met wetenschapsvoorlichter Ineke Boneschansker, tel: 015 278 8499, e-mail: i.boneschansker@tudelft.nl.

  

Download een digitale versie van het proefschrift

 

© 2012 TU Delft

Metamenu