Energielabel

Vanaf 1 januari 2008 zijn eigenaren en verhuurders van woningen verplicht een energielabel te overhandigen aan kopers en nieuwe huurders. Dit label geeft – met een cijfer van A t/m G – aan hoe energiezuinig een woning is. De achterliggende gedachte bij het label is dat energiezuiniger woningen meer waard zullen worden dan woningen met een lagere score op het energielabel. Dit stimuleert huiseigenaren om te investeren in het zuiniger maken van hun woning.


Campagnebeeld energielabel (bron: Ministerie VROM)

Energieverbruik in gebouwen

Het energiezuiniger maken van woningen staat hoog op de agenda van het kabinet. Een derde deel van de Nederlandse CO2-uitstoot wordt namelijk veroorzaakt door energieverbruik in gebouwen. Het gaat daarbij om het gebruik van aardgas en het opwekken van elektriciteit (Ecofys, 2005, Ecofys: Rapport Kosteneffectieve Energiebesparing en Klimaatbescherming, de mogelijkheden van isolatie en de kansen voor Nederland).

Het kabinet formuleert in het werkprogramma ‘Schoon en Zuinig: nieuwe energie voor het klimaat’ ambitieuze doelstellingen:

  • In 2020 30% minder uitstoot van broeikasgassen, met name CO2, ten opzichte van 1990
  • Het tempo van energiebesparing de komende jaren verdubbelen van 1% nu naar 2% per jaar.
  • Het aandeel duurzame energie in 2020 verhogen van ongeveer 2% nu naar 20% van het totale energiegebruik.

Het energielabel is een van de instrumenten waarmee de overheid woningen energiezuiniger wil maken. Het label is onderdeel van veel bredere wet- en regelgeving over duurzaam bouwen en wonen. De bouwwereld moet bijvoorbeeld voldoen aan Europese energieprestatienormen.

Kritiek

De meeste partijen in de bouw- en woonmarkt staan achter het energiezuiniger maken van woningen. Zo hebben verschillende bewonersorganisaties samen met informatiecentrum Milieu Centraal op 23 januari 2008 in een intentieverklaring aangegeven achter de kabinetsplannen voor energiebesparing in woningen te staan. Maar er is ook kritiek. De Vereniging Eigen Huis adviseert vooralsnog aan de leden om geen energielabel aan te vragen bij het verkopen van de woning. In december 2007 stuurde de vereniging een brandbrief naar minister Vogelaar met het verzoek de invoering van het label uit te stellen, omdat de kwaliteit nog onvoldoende zou zijn. De grootste problemen waren het onbreken van een landelijk vastgesteld examen voor labeladviseurs, de ondoorzichtigheid van het advies en het ontbreken van een duidelijke klachtenprocedure. De minister heeft overigens in een gesprek toegezegd deze problemen te zullen oplossen, maar omdat het effect nog niet direct merkbaar zal zijn, adviseert de vereniging haar leden vooralsnog geen label aan te vragen.

De milieubeweging vindt dat het label niet ver genoeg gaat. Als koper en verkoper een label niet nodig vinden, kan de deal gewoon doorgaan zonder. De Stichting Natuur en Milieu is van mening dat er financiële prikkels aan het label gekoppeld moeten worden, voorbeeld een variable hoogte van de overdrachtsbelasting. Ook zou de overheid kunnen eisen dat het energielabel van een woning bij iedere nieuwe verkoop een categorie beter moet scoren.  

Energiezuinig

Bij het label komt ook advies over het energiezuiniger maken van woningen, bijvoorbeeld door beter te ventileren, te isoleren of het installeren van een hoge rendementsketel. Ook raadt het ministerie mensen aan spaarzamer om te gaan met energie, door het aanschaffen van spaarlampen, de thermostaat iets lager te zetten en apparaten niet op stand-by te laten staan.

Lees over het onderzoek van de TU Delft op het gebied van duurzaam bouwen en wonen
Lees populair-wetenschappelijke artikelen over Delfts onderzoek duurzaam bouwen en wonen
Lees informatie van buiten de TU Delft over energielabel en duurzaam bouwen en wonen

 

© 2012 TU Delft

Metamenu